Nieuwe DNA-methode biedt hoop voor cold cases: in twee oude zaken nieuwe aanwijzingen gevonden

DEN HAAG – Een nieuwe methode om oude, onopgeloste misdrijven te onderzoeken heeft in Nederland de eerste resultaten opgeleverd. Het Openbaar Ministerie (OM), het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) en de politie hebben een proef met genealogische DNA-databanken succesvol afgerond. In twee van de zes onderzochte cold cases werden nieuwe aanknopingspunten gevonden. De methode maakt het mogelijk om via het DNA van verre familieleden alsnog de identiteit van een onbekende verdachte te achterhalen.

Nieuwe kansen voor vastgelopen moordonderzoeken

De pilot begon in 2023 en richtte zich op zes ernstige strafzaken waarin eerdere opsporingsmethoden onvoldoende resultaat hadden opgeleverd.

Bij deze nieuwe vorm van DNA-onderzoek wordt een DNA-profiel van een onbekende persoon vergeleken met profielen in genealogische databanken. Dit zijn databanken die mensen doorgaans gebruiken om familieleden te vinden of hun afkomst te onderzoeken.

Het bijzondere is dat onderzoekers niet alleen directe familieleden kunnen vinden, maar ook verre verwanten. Via uitgebreid stamboomonderzoek kan vervolgens worden geprobeerd om de identiteit van de onbekende persoon te achterhalen.

Volgens het OM is hiermee een nieuwe forensische onderzoeksmethode beschikbaar gekomen die in de toekomst kan worden ingezet bij ernstige misdrijven.

Nieuwe aanwijzingen in de Heuvelmoord

Een van de onderzochte zaken is de zogenoemde Heuvelmoord uit Limburg.

In deze cold case werden in een genealogische DNA-databank twee mogelijke familieleden gevonden van de persoon van wie het daderspoor afkomstig is.

Omdat deze personen in de Verenigde Staten wonen, loopt inmiddels een internationaal rechtshulpverzoek om het onderzoek verder te kunnen brengen.

De vondst betekent niet dat de identiteit van de dader al bekend is. Wel biedt het nieuwe mogelijkheden voor stamboomonderzoek, waarmee rechercheurs mogelijk dichter bij de gezochte persoon kunnen komen.

Ook in een moordonderzoek van het parket Zeeland-West-Brabant leverde de nieuwe methode een aanknopingspunt op richting een mogelijke dader.

Om welk misdrijf het gaat, maakt het Openbaar Ministerie voorlopig niet bekend vanwege het lopende onderzoek.

Ook drie Amsterdamse cold cases onderzocht

Naast de twee zaken waarin nieuwe aanwijzingen werden gevonden, onderzochten de betrokken instanties verschillende oude zaken met onbekende overleden personen.

Daaronder bevinden zich drie Amsterdamse cold cases.

Het gaat om een vrouw die in 1995 dood werd gevonden in een sloot bij Uilenstede, een onbekende man die in 1998 werd aangetroffen in het Flevopark en lichaamsdelen van een vrouw die in 1992 op verschillende plaatsen in Amsterdam werden gevonden.

Ook de zaak van een onbekende overleden vrouw die bij de Pietersplas in Maastricht werd aangetroffen, maakte deel uit van de pilot.

Bij deze onderzoeken leverde de vergelijking met de genealogische DNA-databanken geen nieuwe informatie op.

Dat betekent niet dat de zaken definitief onoplosbaar zijn. De resultaten laten vooral zien dat de methode niet in iedere zaak direct een bruikbare verwantschap oplevert.

Hoe werkt genealogisch DNA-onderzoek?

Bij traditioneel DNA-onderzoek vergelijkt de politie een aangetroffen DNA-spoor met het DNA van een verdachte of met profielen in een bestaande strafrechtelijke databank.

Wanneer daar geen overeenkomst uitkomt, kan een onderzoek jarenlang vastlopen.

Genealogisch DNA-onderzoek werkt anders. Het NFI maakt van een veiliggesteld spoor een speciaal DNA-profiel waarmee ook verre genetische verwantschappen kunnen worden vastgesteld.

Dat profiel wordt vergeleken met DNA-profielen van mensen die vrijwillig deelnemen aan geselecteerde genealogische databanken en toestemming hebben gegeven voor gebruik bij strafrechtelijk onderzoek.

Wanneer er een mogelijke verwantschap wordt gevonden, kunnen deskundigen met behulp van familiegeschiedenis, archieven en bevolkingsregisters een stamboom opbouwen.

Op die manier kan het onderzoek uiteindelijk leiden naar een persoon die zelf helemaal niet in de DNA-databank voorkomt.

Een gevonden familieverband is echter geen bewijs dat iemand een misdrijf heeft gepleegd. Daarvoor blijft aanvullend politieonderzoek noodzakelijk.

Privacy en toestemming blijven belangrijk

Het gebruik van commerciële DNA-databanken bij strafrechtelijk onderzoek roept ook vragen op over privacy.

Iemand die vrijwillig DNA beschikbaar stelt, kan daarmee immers onbedoeld bijdragen aan het opsporen van een familielid.

Daarom worden voor deze methode alleen DNA-profielen gebruikt van deelnemers die uitdrukkelijk toestemming hebben gegeven voor strafrechtelijk gebruik.

Het OM benadrukt bovendien dat de methode uitsluitend bedoeld is voor zeer ernstige strafzaken waarin andere onderzoeksmogelijkheden grotendeels zijn uitgeput.

Tijdens de pilot heeft de rechter-commissaris de juridische grondslag voor deze werkwijze bevestigd. Het OM wil ook bij toekomstige onderzoeken per zaak toestemming blijven vragen aan de rechter-commissaris.

Ook beschadigde DNA-sporen kunnen bruikbaar zijn

Een belangrijk voordeel van de nieuwe methode is dat deze onder bepaalde omstandigheden ook kan worden toegepast op oude DNA-sporen.

Volgens het NFI is het inmiddels mogelijk om speciale DNA-profielen te maken van sporen waarin weinig DNA aanwezig is of waarbij het materiaal gedeeltelijk is afgebroken.

Dat kan van grote betekenis zijn voor cold cases die tientallen jaren geleden plaatsvonden.

Bij oudere moordzaken zijn soms nog biologische sporen beschikbaar, terwijl eerdere onderzoeken geen bruikbare overeenkomst opleverden.

De nieuwe techniek kan onderzoekers daardoor mogelijkheden bieden die bij het oorspronkelijke politieonderzoek nog niet bestonden.

Nieuwe onderzoeksmethode blijft beschikbaar

Het Openbaar Ministerie beschouwt de pilot als succesvol, ondanks dat de zes onderzochte zaken nog niet door deze methode zijn opgelost.

De belangrijkste resultaten zijn de nieuwe aanwijzingen in twee cold cases en de ontwikkeling van een werkwijze die ook bij toekomstige onderzoeken kan worden toegepast.

Het OM werkt aan een intern kader waarin wordt vastgelegd onder welke voorwaarden de methode mag worden ingezet. Daarbij wordt gedacht aan moordzaken en andere zeer ernstige misdrijven, zoals onderzoeken naar een serieverkrachter.

Voor nabestaanden van slachtoffers kan de ontwikkeling nieuwe hoop bieden. Een DNA-spoor dat jarenlang niets opleverde, kan dankzij nieuwe technologie mogelijk alsnog leiden tot de identificatie van een verdachte.

Of de nieuwe aanwijzingen in de twee lopende onderzoeken daadwerkelijk tot een doorbraak leiden, moet de komende tijd blijken.

The post Nieuwe DNA-methode biedt hoop voor cold cases: in twee oude zaken nieuwe aanwijzingen gevonden first appeared on Misdaad Nederland.

Jongen met twee messen doodgeschoten na aanval bij Israëlische ambassade

Doorbraak in Limburgse Heuvelmoord | OM gaat in zee met particuliere dna-databanken